ZOEK

Samenhang inkomensondersteuning en re-integratie

Waarom samenhang tussen inkomensbeleid en re-integratie?

De overheid beoogt met haar beleid zoveel mogelijk mensen in staat te stellen volwaardig deel te nemen aan de samenleving. Daarvoor is onder meer nodig dat burgers beschikken over voldoende inkomen. Voor mensen met arbeidspotentieel is de beste voorwaarde hiervoor het hebben van een betaalde baan. Bij de keuze en inzet van de beleidsinstrumenten wordt door het rijk gezocht naar een evenwicht waarbij enerzijds de prikkels om een betaalde baan te aanvaarden zo groot mogelijk zijn en anderzijds er bij het uitblijven van een betaalde baan voldoende inkomen is om deel te nemen aan de samenleving.

Het inkomensbeleid op rijksniveau kent daarom samenhang met het gevoerde arbeidsmarktbeleid, waarbij er relatief weinig aandacht besteed wordt aan de mogelijkheden om met re-integratie duurzaam uit armoede te komen. Het re-integratiebeleid is primair gericht op het ‘uit de uitkering komen’.

Ook op lokaal, gemeentelijk, niveau is er een beleidsinzet om de inkomenspositie van minima te verbeteren. Hiervoor worden twee hoofdwegen bewandeld. De eerste weg naar inkomensverbetering is in vrijwel alle gemeenten vormgegeven in een lokaal armoedebeleid. In het kader van dit beleid kunnen burgers die beschikken over een laag inkomen in aanmerking komen voor inkomensondersteunende maatregelen, ongeacht of er mogelijkheden bestaan om via het verrichten van arbeid een hoger inkomen te genereren. De tweede weg naar inkomensverbetering loopt via re-integratie van werkzoekenden.

Op basis van de bestudeerde armoede- en re-integratienota's van verschillende gemeenten bestaat de indruk dat op lokaal niveau deze twee wegen vaak afzonderlijk worden bewandeld, waardoor er weinig of geen samenhang bestaat tussen het armoede- en het re-integratiebeleid. Daarmee ontstaat de vraag welke mogelijkheden er bestaan en worden benut om met behulp van re-integratie-inspanningen de inkomenspositie van minima duurzaam te verbeteren, tot boven de gehanteerde armoedegrens.

Denkbaar is bijvoorbeeld dat gemeenten zich - vanuit inkomensdoelstellingen - in het re-integratiebeleid met voorrang richten op bepaalde doelgroepen zoals eenoudergezinnen of nuggers met partners met een laag inkomen, of dat zij in individuele gevallen een extra inzet plegen waardoor het inkomensperspectief duurzaam verbetert tot boven de gehanteerde armoedegrens. Ook is denkbaar dat deeltijdwerkenden worden gestimuleerd meer uren te gaan werken, zodat niet langer een beroep op inkomensondersteuning hoeft te worden gedaan.

Voor de groep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt is de route via werk voor de korte termijn minder van belang. Voor hen is vooral relevant wat het bereik is van het gemeentelijk minimabeleid. Daarnaast is de vraag of vormen van (maatschappelijke) participatie die door gemeenten aan deze groep worden geboden tot een (duurzame) inkomensverbetering leiden.

Wat doet de RWI op dit terrein?

De Raad voor Werk en Inkomen heeft een onderzoek laten uitvoeren om inzicht te krijgen in de verbindingen die op lokaal niveau worden gelegd tussen inkomensondersteuning (minimabeleid) en re-integratie.