Op de re-integratiemarkt worden mensen (weer) naar werk begeleid, na een periode van werkloosheid of ziekte. Gemeenten en UWV geven diegenen die dat nodig hebben hierbij ondersteuning. De RWI analyseert de ontwikkelingen op de re-integratiemarkt en doet op basis hiervan voorstellen ter verbetering. Daarbij wordt aandacht besteed aan het samenspel tussen de publieke opdrachtgevers (UWV en gemeenten), de private uitvoerders en cliënten. Ook wordt ingegaan op de inzet van re-integratie bij private opdrachtgevers. Bij het schetsen van de ontwikkelingen op de re-integratiemarkt wordt zoveel mogelijk getracht deze ontwikkelingen te wegen op doelmatigheid en doeltreffendheid.
Uitkeringsgerechtigden en werklozen die niet op eigen kracht de route naar de arbeidsmarkt weten te vinden, kunnen rekenen op ondersteuning bij het vinden van werk.
In verschillende onderzoeken van RWI en UWV is gekeken naar de toegevoegde waarde van de inzet van re-integratie (de zogenoemde netto-effectiviteit). Constante factor in de onderzoeken is dat de toegevoegde waarde van de inzet van re-integratiemiddelen beperkt is.
De grondgedachte van WorkFirst is om mensen door het laten verrichten van werkactiviteiten dichter bij de arbeidsmarkt te brengen. Werk is daarbij niet het eindpunt van het re-integratietraject, maar een belangrijk onderdeel ervan.
Zelfsturing is nauw verwant aan het begrip ‘maatwerk’ en is direct in verband te brengen met de diagnosepraktijk van gemeenten en UWV, waar de RWI onderzoek naar laat verrichten.
In het advies ‘Diagnose bij re-integratie: Analyse en aanbevelingen’ dat de RWI onlangs presenteerde worden aanbevelingen gedaan om de professionalisering van diagnose nader vorm te geven.
Welke mogelijkheden bestaan er op lokaal niveau en worden benut om met behulp van re-integratie-inspanningen de inkomenspositie van minima duurzaam te verbeteren, tot boven de gehanteerde armoedegrens?