ZOEK

Met re-integratieondersteuning op weg naar werk : nulmeting doelstelling uitstroom naar werk

F. van der Linden, D. ter Haar, M. Geerdinck, M. Hersevoort, Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) - Centrum voor Beleidsstatistiek
CBS, Den Haag, Rapport 08003 (Centrum voor Beleidsstatistiek)
nov 2008 Rubriek: Re-integratie

Het ministerie van SZW rapporteert over de resultaten van re-integratieondersteuning. In de begroting 2008 is de nieuwe indicator ‘uitstroom naar regulier werk van personen die re-integratieondersteuning ontvangen’ geïntroduceerd met een voorlopige streefwaarde van 60% (60%-doelstelling). De definitieve streefwaarde stelt SZW in overleg met de Tweede Kamer vast op basis van deze nulmeting.
De 60%-doelstelling houdt in dat 60% van de personen die starten met re-integratieondersteuning binnen twee jaar aan het werk moeten zijn. In 2005 waren er 150 duizend personen met een uitkering of CWI-inschrijving als niet werkend werkzoekende die startten met re-integratieondersteuning. 56 procent van hen vond binnen twee jaar een baan. WW’ers en NUG’gers waren het meest succesvol – zeven op de tien van hen startten een baan. Personen met een bijstandsuitkering gingen het minst vaak aan de slag.
De kans op het vinden van een baan neemt af met het toenemen van de leeftijd. Driekwart van de 15–26 jarigen vond binnen twee jaar een baan. Bij de 55–64 jarigen was dit een kwart. Allochtonen vinden gemiddeld minder vaak een baan dan autochtonen en vrouwen minder vaak dan mannen. Dit is bij alle uitkeringsposities het geval, behalve bij de WW-uitkering. Daar verdwijnen de verschillen tussen mannen en vrouwen en autochtonen en allochtonen. Uitstroom naar een baan met loonkostensubsidie komt weinig voor (maar verhoogt wel de kans op uitstroom uit de uitkering). Van alle personen die een baan vindt, start 4 procent een baan met loonkostensubsidie.
Bron: rapport; bewerking RWI

Naar het rapport