ZOEK

Factsheet brengt effectiviteit re-integratie in kaart

26|11|2009

Stijgende lijn in resultaten re-integratiebeleid

Het kabinet stelt elk jaar een substantieel bedrag beschikbaar om uitkeringsgerechtigden en werklozen aan het werk te helpen. Hoewel er al veel op onderdelen bekend is, is gedegen landelijke informatie over de resultaten van dit re-integratiebeleid tot nu toe versnipperd en ondoorzichtig. Vanuit het oogpunt van publieke verantwoording moet meer inzicht geboden worden in de opbrengsten van de re-integratiedienstverlening. De RWI presenteert daarom vandaag het eerste Factsheet Re-integratie, een overzicht van wat wel en niet bekend is over de mate waarin de inzet van middelen leidt tot resultaat. De eerste conclusie die uit het Factsheet getrokken kan worden is dat er nog te veel informatie niet voor handen is. 

In de Re-integratiemarktanalyse 2008 van de Raad voor Werk en Inkomen werd reeds geconstateerd dat kennis over de resultaten van de re-integratie vaak ontbreekt. De RWI heeft in zijn Factsheet getracht de transparantie te vergroten door duidelijk in kaart te brengen wat de stand van zaken is met betrekking tot de uitgaven van re-integratiegeld, de bereikte doelgroepen en de effecten hiervan. Het Factsheet bevat belangrijk informatie voor beleidsbepalers van zowel de uitvoeringorganisaties als de overheid.

Uitgaven

Het bedrag dat aan re-integratieondersteuning voor WW’ers wordt uitgegeven, stijgt door de economische crisis, maar niet evenredig met de instroom van nieuwe werklozen. De begeleiding van ontslagwerklozen zorgt ook voor een toename van de inzet van werkcoaches. De uitgaven voor de re-integratie van bijstandsgerechtigden zal naar verwachting in 2010 en 2011 steeds verder afnemen vanwege kabinetsbezuinigingen. Voor arbeidsgehandicapten is minder geld nodig voor re-integratie, omdat het aantal uitkeringsgerechtigden WIA en WAO daalt. Uitzondering hierop vormt de groep Wajongers, waarvoor juist meer geld wordt uitgetrokken vanwege de politieke prioriteit die deze groep krijgt.

Bereik

Niet iedereen komt in aanmerking voor re-integratieondersteuning. Uit het Factsheet blijkt dat 21% van de WW gerechtigden en 48% van de bijstandgerechtigden in 2008 in een traject zaten. Een deel van de WW-gerechtigden weet zonder hulp en inzet van publieke middelen werk te vinden. Dit geldt echter niet voor alle groepen werklozen, met name oudere werkzoekenden.

Effecten

De plaatsingscijfers van WW’ers en WWB’ers zijn de laatste jaren sterk gestegen. Naast de inspanningen van UWV, gemeenten, uitzendbureaus en re-integratiebureaus heeft ook de gunstige conjunctuur van voor de crisis velen kansen geboden om aan het werk te komen.

Voor wat betreft het aantal plaatsingen door re-integratieondersteuning komt uit het Factsheet naar voren dat de door het ministerie van SZW gestelde doel van 60% (binnen twee jaar aan het werk) grotendeels gehaald wordt. Een uitzondering hierop wordt gevormd door de WWB’ers en arbeidsgehandicapten. Het zou overigens beter zijn om afzonderlijke normen te hanteren voor de verschillende uitkeringsregelingen. Zo is de 60% voor WW’ers niet heel ambitieus: op dit moment vindt bijna 70% van de WW’ers een reguliere baan. Voor bijstandgerechtigden daarentegen, is het een stuk lastiger om weer terug te keren op de arbeidsmarkt; hetzelfde geldt voor arbeidsgehandicapten.

Niet alle re-integratieondersteuning is gericht op het vinden van regulier werk. Gemeenten zetten veel geld in om groepen uitkeringsgerechtigden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt te activeren en hen een trede op de participatieladder te helpen stijgen. Via maatschappelijke participatie kan uiteindelijk vaak ook de afstand tot de arbeidsmarkt worden verkleind. Landelijke gegevens over de resultaten van de inzet van de participatiemiddelen van gemeenten ontbreken echter nog.