ZOEK

Inwoners grote steden vaker zonder werk en inkomen

17|06|2009

Resultaten RWI/Nicis-onderzoek vandaag gepresenteerd

Ruim 1.3 miljoen mensen in Nederland zijn zonder werk, gaan niet naar school maar ontvangen ook geen uitkering: de zogenaamde nuggers (niet-uitkeringsgerechtigden). In de grote steden en aandachtswijken blijken deze nuggers relatief vaker jonge, alleenstaande, allochtone mannen te zijn. Dit blijkt uit onderzoek van de Raad voor Werk en Inkomen (RWI), Nicis Institute en de steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven, Arnhem, Alkmaar en Dordrecht. Vandaag presenteren deze partijen de eerste resultaten van dit onderzoek naar de achtergrondkenmerken van de nuggers in de steden en aandachtswijken, dat is gebaseerd op cijfers van het CBS.

Het profiel van de gemiddelde nugger in Nederland is een oudere, gehuwde of samenwonende autochtone vrouw. In de steden echter, en met name in de aandachtswijken, zijn nuggers in verhouding vaker jonge, allochtone, alleenstaande mannen. Van de niet-westers allochtone mannen van 15-24 jaar, is 18 procent nugger. Ook westers allochtone jongeren scoren hoog met 13 procent. Bij autochtone jonge mannen gaat het slechts om 3 procent. Ook in de leeftijdscategorie 25-44 scoren niet-westers en westers allochtone mannen veel hoger (resp. 15 en 13 procent) dan autochtone mannen (3 procent).

De steden, de RWI en Nicis Institute vinden dat de interessante, eerste resultaten aanleiding geven tot nader onderzoek. Wie zijn de nuggers, waar bestaan ze van, en wat zijn mogelijke strategieën om deze mensen aan het werk te helpen? Om de gevonden groep nog beter in beeld te krijgen, wordt ook gezocht naar aanvullende gegevens over mogelijke opleidingen, werk en inkomen en de woonsituatie van deze groep.
Gemeenten die geïnteresseerd zijn in het onderzoek of zelf ook willen deelnemen aan het vervolg kunnen contact opnemen met de RWI of Nicis.

RWI, Nicis en de steden zijn het onderzoek gestart in 2008, toen er nog sprake was van een krappe arbeidsmarkt. Uit eerder onderzoek van RWI en Nicis was gebleken dat één op de drie werklozen in aandachtswijken graag aan het werk wilde. In Nederland was dat gemiddeld één op de vier. Dit duidt op een relatief grote, onvrijwillige werkloosheid in de aandachtswijken. In de toen nog krappe arbeidsmarkt, waren nuggers mogelijk een aantrekkelijk arbeidspotentieel voor werkgevers. Ook uit het oogpunt van de algemene verhoging van de arbeidsparticipatie in Nederland, is dit een belangrijke doelgroep.

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de re-integratie van nuggers die aan het werk willen. Door de economische crisis en de oplopende werkloosheid richten de re-integratie-inspanningen zich op dit moment in eerste instantie op de mensen die nu werkloos worden en op de schoolverlaters. De steden vinden het onderzoek echter nog steeds relevant. In de eerste plaats omdat de krapte op de arbeidsmarkt na deze crisis weer terug zal keren. In de tweede plaats omdat het onderzoek zicht biedt op deze potentiële arbeidskrachten. Vanuit het oogpunt van de leefbaarheid van de wijken en de economische draagkracht van de inwoners, juist in tijden van oplopende werkloosheid, is het van belang de nuggers die willen en kunnen werken, in beeld te hebben en te stimuleren om aan de slag te gaan.

Opmerkelijke resultaten uit het onderzoek Geen baan, geen school, geen uitkering:

1. Het aantal nuggers is in de periode 2005 – 2007 gestegen met 7 procent.
Opvallend is dat in een periode waarin de arbeidsparticipatie over het algemeen toenam, het aantal nuggers ook is gestegen.

2. De landelijk gemiddelde nugger is vaker ouder, gehuwd of samenwonend, vrouw en autochtoon.

3. In de steden en aandachtswijken is het aantal nuggers hoger, en zijn er relatief meer alleenstaande, mannelijke, jonge en allochtone nuggers:
a. Van de niet-westers allochtone mannen van 15-24 jaar, is 18 procent nugger. Ook westers allochtone jongeren scoren hoog met 13 procent. Bij autochtone jonge mannen gaat het om 3 procent.
b. Ook in de leeftijdscategorie 25-44 scoren niet-westers en westers allochtone mannen veel hoger (resp. 15 en 13 procent) dan autochtone mannen (3 procent).
c. In absolute zin zijn allochtone vrouwen in de nug-populatie een kleine groep. Echter: van alle niet-westerse allochtone vrouwen die samenwonend of gehuwd zijn, is ruim 30 procent nugger. Bij autochtone vrouwen is dit bijna een kwart.

4. Opvallend is dat er een grote groep alleenstaande nuggers is, 12 procent: 125.000 alleenstaanden, en daarnaast nog eens 21.000 alleenstaande ouders. Alleenstaande ouders krijgen mogelijk alimentatie (dat is in dit onderzoek niet meegenomen in de categorie 'overige inkomsten').

5. In steden en met name in aandachtswijken huizen relatief veel thuiswonende kinderen die niet naar school gaan, niet werken en geen uitkering hebben. Landelijk behoort 12 procent van de nuggers tot deze categorie.

6. 35 procent van de nuggers heeft in de periode 2001 – september 2005 gewerkt. Dat zijn ongeveer 450.000 personen. Dat betekent ook dat 65 procent van de nuggers in diezelfde periode niet gewerkt heeft.

7. In de steden en wijken is het aandeel nuggers dat in de onderzochte periode gewerkt heeft groter, met name bij alleenstaande, jonge, allochtone en mannelijke nuggers.

8. Van alle nuggers heeft slechts 5 procent zich ingeschreven als werkzoekenden bij het CWI (nu UWV WERKbedrijf). Met name de nuggers die in de onderzochte periode wel gewerkt hebben, hebben zich relatief vaker ingeschreven bij CWI.

Downloads: